Aanvraag en verlening

Actuele regelgeving

  1. Artikel 2

    1. Als document, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van verordening (EU) nr. 165/2014 wordt beschouwd een geldig rijbewijs voor het besturen van een voertuig als bedoeld in artikel 2.3:1 onder a en b, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer.
    2. Een bedrijfskaart wordt op aanvraag verleend indien de aanvrager is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 1996, tot een maximum van 62 exemplaren per aanvrager.
    3. Een werkplaatskaart wordt op aanvraag verleend indien de aanvrager:

        a. een geldige bevoegdheidspas als bedoeld in artikel 1:1, tweede lid, van de Regeling tachografen overlegt;
        b. onder gezag of in de hoedanigheid van een erkenninghouder als bedoeld in artikel 1:1, tweede lid, van de Regeling tachografen, werkzaamheden verricht, of
        c. nog geen houder is van een werkplaatskaart, tenzij het een aanvraag betreft:
        i. overeenkomstig artikel 5, eerste lid;
        ii. van een werkplaatskaart ten behoeve van werkzaamheden onder gezag van een andere erkenninghouder dan degene onder wiens gezag de aanvrager reeds een     kaart bezit;
        iii. van een werkplaatskaart ten behoeve van werkzaamheden in de hoedanigheid van erkenninghouder en de aanvrager in die hoedanigheid niet reeds houder is van     een op zijn naam gestelde werkplaatskaart;
        iv. om vernieuwing van de werkplaatskaart.

    4.  Bij de aanvraag van een bestuurderskaart of werkplaatskaart overlegt de aanvrager een niet beschadigde, recente, goed gelijkende pasfoto van de aanvrager die voldoet aan alle acceptatiecriteria, opgenomen in de bij de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 behorende fotomatrix.  

    Artikel 3

    In afwijking van artikel 2, eerste lid, onder a, kan een bestuurderskaart worden verleend aan de aanvrager die zijn gewone verblijfplaats niet binnen de grenzen van de Europese Unie heeft en die onder gezag van een in Nederland gevestigde werkgever als bestuurder van een vrachtauto of bus werkzaamheden verricht of gaat verrichten, indien aan zijn werkgever voor hem is afgegeven:

    a. een tewerkstellingsvergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, en
    b. in geval van goederenvervoer een bestuurdersattest als bedoeld in de Wet wegvervoer goederen.

    Artikel 4

    1. De Minister van Infrastructuur en Milieu beslist op aanvraag van een tachograafkaart binnen vier weken nadat de vergoeding voor het in behandeling nemen van de aanvraag is ontvangen.
    2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een tachograafkaart wordt een vergoeding in rekening gebracht van € 97,– per tachograafkaart.

    Artikel 5

    1. In geval een bestuurderskaart of werkplaatskaart zoekraakt door verlies of diefstal, of defect of beschadigd is, vraagt de aanvrager binnen zeven kalenderdagen na het tijdstip van vaststelling daarvan een vervangende tachograafkaart aan.
    2. In afwijking van artikel 4, eerste lid, beslist de Minister van Infrastructuur en Milieu op de in het eerste lid bedoelde aanvraag van een bestuurderskaart of werkplaatskaart binnen vijf werkdagen nadat de vergoeding voor het in behandeling nemen van de aanvraag is ontvangen.
    3. In afwijking van artikel 4, eerste lid, beslist de Minister van Infrastructuur en Milieu op aanvraag van een bestuurderskaart of werkplaatskaart die in de plaats komt van een kaart met een resterende geldigheidsduur van ten minste twee weken, binnen de termijn, genoemd in artikel 25, tweede lid, van verordening (EU) Nr. 165/2014 gerekend vanaf het moment dat de vergoeding voor het in behandeling nemen van de aanvraag is ontvangen voor zover die termijn nog ten minste een week is.